De constructie van de toekomst 

Er zijn drie soorten kunstenaars, zegt Jeroen Graus. De eerste soort is die van de aller individueelste expressie. Het interesseert die kunstenaar niet wat de kijker ervan vindt, of er überhaupt wel kijkers zijn. Enkel zijn artistieke bevrediging staat centraal. De tweede soort, de meeste kunstenaars tegenwoordig, stelt publiek wel op prijs. Zij willen dat hun publiek iets beleeft bij hun kunst. Maar wat dat iets is doet niet ter zake, zolang de kijker maar een eigen interpretatie aan het werk kan geven. Jeroen Graus schaart zichzelf bij de derde groep. Kunstenaars die wel iets willen uitdragen, die een ander perspectief willen tonen. Sommige kunstcritici halen daar hun neus voor op, maar dat deert hem niet. Hij volgt zijn roeping vanuit zijn eigen ‘mechanisme’.

Nu is het niet zo dat de tekeningen van Jeroen Graus erg begrijpelijk zijn. Integendeel. Ze zijn niet abstract maar ook zeker niet realistisch. Surrealistisch misschien. Er komen mensen in voor, althans wezens die ergens wel op mensen lijken. Soms alleen van boven want van onderen zijn het boomstammen die in wortels eindigen. En soms zweven ze in de lucht. We zien ook DNA strengen waar voorwerpen of wezens aan geketend zijn en usb-sticks-stekkertjes die uit hoofden of andere lichaamsdelen steken. Een soort eigentijdse Jheronimus Bosch? “Ja, ik zie wel parallellen”, beaamt Jeroen, smullend van een Bossche Bol op zijn 48ste verjaardag. Net als bij zijn naamgenoot staat zijn kunst bol van de symboliek.

De wezens bewegen zich voort in fascinerende taferelen, soms met bordjes aan de muur of een wegwijzer in een straat met mysterieuze hints, zoals “System Change Rebooth” of “Predict Control All”. Dat mysterieuze zie je bij Jheronimus Bosch ook. Kunsthistorici kunnen dat allemaal haarfijn uitleggen. Bij Jeroen kan die uitleg alleen van hemzelf komen. Hij is niet onwillig om die zelf ook te geven als je ernaar vraagt, maar de kunstbeleving moet toch vooral ontstaan door je eigen hersens te pijnigen met de vraag wat dit alles moet betekenen. Zoals ook Jeroen zijn eigen hersens gepijnigd heeft om voor zijn verhaal de juiste symbolen te vinden.

Want anders als bij Jheronimus Bosch, met zijn moralistische plaatjes, duivels en engelen, laat het verhaal van Jeroen Graus zich niet zo makkelijk vertellen. “Ik zoek nog steeds naar wat het complete verhaal is, door als het ware onderdelen ervan te tekenen. Daarom teken ik ook liever dan dat ik schilder.” Als hij eenmaal in een “flow” zit, wil hij niet gehinderd worden door praktische vragen over welke verf of kleur of ander oponthoud. Via zijn potlood komen de gedachten als het ware vanzelf op het papier. Soms is dat het kleine A5 formaat, maar ook op een formaat van 400 bij 180 centimeter voelt hij zich helemaal vrij.

Fundament

Eén symbool komt in bijna alle taferelen terug. Een vierkante ruit. Als je het vierkant op een punt omhoog zet kun je er links en rechts een halve bol op laten rusten. Je hebt dan de vorm van een hart. Maar de symboliek gaat dieper. “De ruit staat symbool voor wat ik noem het ‘fundament’ of het ‘mechanisme’, de innerlijke stem die iedereen heeft, maar waar mensen soms te weinig aandacht voor hebben. Waar ze niet naar luisteren omdat ze te druk bezig zijn met hun omgeving of zich soms niet bewust genoeg zijn van hun innerlijke ik.” Het staat symbool voor de eigen drijfveer waar iedereen aandacht aan zou moeten besteden. Vooral juist in een wereld vol technologie.

“Ik denk dat mijn werk wel goed te begrijpen is als je het symbool begrijpt in de status quo van nu”, zegt Jeroen. De status quo, hoe die zich anno 2017 laat symboliseren, dat zijn de thema’s waar zijn tekeningen over gaan. Na zijn afstuderen aan de Haagse Kunstacademie in 2006 was dat vooral het thema ‘privacy’, inmiddels zijn daar andere thema’s bijgekomen: kunstmatige intelligentie, robots, hoe mensen onder invloed van technologie veranderen, hoe robots talrijke hersenfuncties overnemen waardoor er ruimte komt voor een nieuw soort mens, creatiever misschien, globalistischer misschien.

Als je bij Jheronimus Bosch een appel ziet dan zie je het symbool van goed en kwaad en weet je dat het over Adam en Eva gaat. Maar Jeroen Graus ziet de appel als symbool van nieuwsgierigheid. Dat werpt een heel nieuw licht op de verbanning uit het aards paradijs. Gehoorzaamheid is niet langer zaligmakend. Alleen door nieuwsgierigheid overleeft de mens in de snel veranderende technologische wereld van vandaag en morgen. Technologie is het alles overheersende thema. De stenen bijl is vervangen door de smartphone.  Een belangrijke inspiratiebron voor Jeroen zijn de boeken van Kevin Kelly met titels als ‘What technology wants’ – Wat wil technologie. “Technologie beïnvloedt alles en dat lijkt een proces van toevalligheden maar het is onvermijdelijk, we kunnen het niet stoppen”. Die steeds technologischer wordende wereld kan de mens emotioneel niet zomaar bijbenen. Kunstenaars kunnen daarbij helpen. Jeroen vertrekt vanuit zijn gevoel en gebruikt zijn verbeelding om al tekenend tendensen vorm te geven waar nog geen beelden van bestaan. Zo ontstaat uiteindelijk een beeld van een nog ongekende maar onvermijdelijke toekomst.

Hij probeert de toekomst vanuit een ander perspectief concreet te maken, niet enkel visueel maar ook als gevoel. Bij hem is kunst vooral beleving. Maar niet vrijblijvend. Zijn tekeningen vormen een project, werk in uitvoering, en hij noemt het project “Fundament of Construction”. Nu eens zie je een kathedraal dan weer een soort stedelijk landschap als een sterk uitvergroot moederbord uit een oude computer. Je ziet invloeden van Robbie Cornelissen, Rik Smits, Laurie Lipton, Kris Kuksi, Atelier van Lieshout en de etsen van Piranesi. Maar bij Jeroen hebben deze landschappen eigenlijk geen andere functie dan die van Jheronymous; een plek om allegorische voorstellingen in te plaatsen.

Construction

Het woord “construction” verwijst niet naar architectuur. ‘Construction’ staat voor een geconstrueerde werkelijkheid uit een remix van technologische objecten, figuren uit de klassieke oudheid of de bijbel, geconstrueerde symbolen en de mensfiguur. In de tekeningen van het project versmelten heden, verleden en toekomst wanordelijk door elkaar heen.

Het “fundament” is de ruit die symbool staat voor het DNA waaruit de “construction” groeit. De genen van dat DNA zijn op zichzelf niet goed of slecht, ze bepalen de verschillen tussen de mensen die allemaal kunnen bestaan dankzij hun eigen ‘mechanisme’. Door levenservaring en innerlijke wijsheid kan iedereen ontdekken wat zijn of haar mechanisme is binnen de Construction. Zo’n ontdekking kan er wel heftig aan toe aan, getuige de dikke stralingsbundel die een van Jeroens figuren midden in het borstbeen treft (Devotees nr 15). Dat ziet er misschien eng en afkeurenswaardig uit, maar het tegendeel is waar. Wie op zo’n manier zijn eigen mechanisme ontdekt, ontdekt daarbij ook zijn persoonlijke wijsheid en inzicht als een bron van levensvreugde en harmonie. “Het mechanisme ontdekken is niet alleen spiritueel van belang, het is vooral ook een ‘tool’, een stuk ‘mentaal gereedschap’ om richting aan je bestaan te geven en iets op te gaan bouwen.”

Zo’n mystieke ervaring, heftig of niet, komt niet zomaar uit de lucht vallen. Er gaat levenservaring aan vooraf, schade en schande, falen en mislukking, succes. Een symbool daarvoor is de ui. Een ui heeft een kern met daar omheen allemaal schillen. Ieders ‘mechanisme’ zit als het ware in het centrum van een ui. De schillen symboliseren de ervaringen, conflicten, experimenten, voor- en tegenspoed in het leven waar iedereen doorheen moet om het eigen mechanisme te ontdekken.

Op een van zijn tekeningen, een voorstudie van Fundament of Construction, laat Jeroen een soort motorrijder zien. Met wapperende haren. Op zijn neus een virtual reality bril. De twee achteruitkijkspiegels zijn vervangen door uien. (Guardian nr 12). Virtual reality brengt, naast veel entertainment ook een ‘nieuwe taal’, een nieuw perspectief op de wereld en de mens. De mens zal zich moeten herdefiniëren. Het gegeven mens is dus niet ‘wat is zijn status quo’ maar ‘wat moet zijn status quo zijn’ in deze nieuwe tijd.

Dat is een belangrijke focus binnen de thematiek van Jeroen: Nieuwe digitale realiteiten zoals virtual reality kun je zien als een verrijking van ons leven met ongelimiteerde nieuwe mogelijkheden, maar onvermijdelijk veranderen ze ons trage en enigszins ‘gedateerde’ fysieke leven ook echt.

De visie van Jeroen Graus is fundamenteel optimistisch. Wanneer ieder vanuit zijn fundament, zijn eigen ‘mechanisme’ weet te leven zal de menselijke gemeenschap, dankzij de technologie die in onze hersenen ruimte maakt voor wellicht nieuwe vormen van communicatie, doorgroeien naar een beter functionerende wereld waarin diverse culturen en verschillende religies naast elkaar, zonder die eeuwigdurende strijd om dominantie, in harmonie kunnen samenleven. Zo heeft Jeroen Graus net als Jheronimus Bosch toch ook iets van een predikant. Maar de predicatie van Jeroen is wel veel fascinerender.

text J.Halkes

video teaser Fundament of Construction –  copyright Jeroen JJ Graus 2013